JOIN Admin Appendix

Van Decos

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

[bewerken] Appendix

[bewerken] Lijst van interne velden

Deze lijst geeft een overzicht van alle interne veldnamen, veldtypes en maximale veldlengtes die gebruikt kunnen worden in een itemprofiel van Decos D5. (Varchar = Variable Character Field)

Interne veldnaam Veldtype Maximale veldlengte Bijzonderheid
Sequence Numeric 6,0 Volgnummerveld wordt automatisch aangemaakt
mark Varchar 250
subject1 Varchar 250
subject2 Varchar 250
document_date Date
recieved_date Date
processed Character 1
company Varchar 250 De koppelingsknop tussen documenten en adressen wordt altijd bij het company-veld geplaatst.
Mailaddress Varchar 250 company, mailaddress, zipcode en city worden gebruikt als adresgegevens. Zipcode is het postcodeveld.
Zipcode Varchar 10
city Varchar 60
country Varchar 20
phone1 Varchar 20
phone2 Varchar 20
phone3 Varchar Varchar 20
fax1 Varchar 20
fax2 Varchar 20
url Varchar 250 Alle gegevens beginnend met http://, wordt de inhoud van het veld herkend als internetadres.
Salutation Varchar 60
initials Varchar 50
surname Varchar 250
firstname Varchar 50
Prefix Varchar 50
Title Varchar 250
Function Varchar 250
department Varchar 250
sex 8
email1 Varchar 250 Als een van de e-mailvelden een geldig e-mailadres bevat wordt er een mailto-link geplaatst.
email2 Varchar 250
email3 Varchar 250
text1 Varchar 250
text2 Varchar 250 Text2 wordt standaard gebruikt als dossiernaam met een documentregistratie. De koppelingsknop voor dossiers wordt naast dit veld geplaatst.
text3 Varchar 250 Text3 – text5 kunnen worden gebruikt als tweede adres, postcode en plaats (standaard calling address) in een adres. Text4 kan dus gekoppeld worden aan de postcodetabel.
text4 Varchar 250
text5 Varchar 250
text6 Varchar 250
text7 Varchar 250
text8 Varchar 250
text9 Varchar 250
date1 Date
date2 Date
date3 Date
date4 Date
date5 Date
date6 Date
date7 Date
date8 Date
num1 Numeric 12,2
num2 Numeric 12,2
num3 Numeric 12,2
num4 Numeric 12,2
num5 Numeric 12,2
num6 Numeric 12,2
bol1 Character 1 Character(1) velden worden gezien als Booleaanse velden (Yes/No fields) in Decos Document.
bol2 Character 1
bol3 Character 1
bol4 Character 1
bol5 Charcter 1
bol6 Character 1
bol7 Character 1
bol8 Character 1
bol9 Charcter 1
bol10 Charcter 1
archived Character 1 Dit veld wordt gebruikt om een registratie te archiveren
memo Long raw Uitgebreide Inhoud

Bovenstaande datatypes zijn weergegeven zoals ze door Decos Document worden gebruikt in een Oracle-database. Hieronder ziet u de corresponderende datatypes voor andere SQL database-types:

Oracle: Character

SQL Server: Character MySQL: Character MS Access: Text Informix: Character

Tekstveld, vaste lengte

Oracle: Varchar

SQL Server: Varchar MySQL: Varchar MS Access: Text Informix: Varchar

Tekstveld, variabele lengte

Oracle: Numeric

SQL Server: Numeric MySQL: Numeric Access: Number Informix: Numeric

Numeriek veld

Oracle: Date

SQL Server: Datetime MySQL: Datetime Access: Date/Time Informix: Date Datum/tijd field

Oracle Long raw

SQL Server: Image MySQL: Longblob Access: OLE Object Informix: Text Kan een grote hoeveelheid tekst bevatten (Uitgebreide Inhoud)

NB Access ondersteunt geen fixed-length tekstvelden.

[bewerken] Macro's

De onderstaande macro’s worden door Decos D5 herkend als u de macro-optie in de veldinstellingen van een itemprofiel hebt geactiveerd. Een macro wordt door Decos D5 automatisch vervangen door een gegenereerde waarde als een nieuwe registratie wordt aangemaakt, een registratie (dossier, adres, contactpersoon) wordt gekoppeld, of wanneer een registratie wordt afgehandeld.

[bewerken] Macro's bij het aanmaken van een registratie

Macro Omschrijving
DATE() Vult na het creëren van een nieuwe registratie de datum van vandaag in.
DATE() + 5 Vult na het creëren van een nieuwe registratie de datum, vijf dagen na vandaag in.
FOFMON() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van de huidige maand in.
LOFMON() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van de huidige maand in.
FPRMON() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van de vorige maand in.
LPRMON() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van de vorige maand in.
FDAYWK() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van de huidige werkweek in.
LDAYWK() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van de huidige werkweek in.
FDAYPW() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van de vorige werkweek in.
LDAYPW() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van de vorige werkweek in.
NOW() Vult na het creëren van een nieuwe registratie het huidige tijdstip in.
NOW() + 5 Vult na het creëren van een nieuwe registratie het tijdstip, vijf uur na het huidige tijdstip in.
FofQ() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van dit kwartaal in.
LofQ() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van dit kwartaal in.
FPrQ() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van vorig kwartaal in.
LPrQ() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van vorig kwartaal in.
FofY() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van dit jaar in.
LofY() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van dit jaar in.
FprY() Vult na het creëren van een nieuwe registratie eerste dag van vorig jaar in.
LprY() Vult na het creëren van een nieuwe registratie laatste dag van vorig jaar in.
GLOBALNUM() Vult na het creëren van een nieuwe registratie een globaal volgnummer in, dat uniek is over alle boeken. Deze macro kan niet gebruikt worden op het SEQUENCE-veld. Gebruik GLOBALNUM(REEKSNAAM) om meerdere globale reeksen, elk met hun eigen naam aan te maken. Vul in plaats van REEKSNAAM de gewenste naam in.
 %BEHANDELAAR% Vult na het creëren van de registratie de volledige naam in van de aangemelde gebruiker.
 %USER% Vult na het creëren van de registratie de volledige naam in van de aangemelde gebruiker.
 %USERTEL% Vult na het creëren van de registratie het telefoonnummer (PHONE1) van de aangemelde gebruiker in.
 %USERFAX% Vult na het creëren van de registratie het faxnummer (FAX1) in van de aangemelde gebruiker.
 %USERLOC% Vult na het creëren van de registratie de afdeling (DEPARTMENT) in van de aangemelde gebruiker.
 %USER_<veldnaam>% Vult na het creëren van de registratie de waarde van <veldnaam> in van de huidige gebruiker (bv. %USER_CITY%).

Let op: De Macro YEAR(<macro>) om een bestaande datummacro heen bv. YEAR(DATE()) vult alleen het jaar in. Voor GLOBALNUM() is een hernummertool beschikbaar om bestaande registraties die aan het profiel te voldoen van een globaal uniek nummer te voorzien.

[bewerken] Macro's bij het selecteren van een adres, contactpersoon of dossier

Macro Omschrijving
 %ADDRES_<veldnaam>% Waarde van <veldnaam> van het gekozen adres
 %FOLDER_<veldnaam>% Waarde van <veldnaam> van het gekozen dossier
 %CONTACT_<veldnaam>% Waarde van <veldnaam> van de gekozen contactpersoon
 %FOLDER_ITEM_APPLIES_TO% Waarde van <veldnaam> van alleen zichtbaar veld
 %ADDRES_COMPANY% Adres van het bedrijf
 %ADRESS_COUNTRY% Land van het bedrijf
 %FOLDER_SUBJECT1% Omschrijving van het dossier
 %FOLDER_TAB% Biedt in de documentregistratie na de keuze van een dossier de beschikbare tabbladen aan.

Let op: Als één of meer van deze macro’s zijn ingesteld, vervallen de “standaardmacro’s” na het invullen van een adres of van een contactpersoon.

Standaard worden na het kiezen van een adres de volgende velden ingevuld: COMPANY, MAILADDRESS, ZIPCODE, CITY, COUNTRY, PHONE1, FAX1 en TEXT2 (het TEXT2 veld wordt gekopieerd naar het TEXT1 veld van het document of dossier).

Standaard worden na het kiezen van een contactpersoon de volgende velden ingevuld: SURNAME, FIRSTNAME, PREFIX, INITIALS, SALUTATION, PHONE1, PHONE2, PHONE3, FAX1 en FAX2.

Standaard worden er geen gerelateerde velden van dossiers overgenomen.

[bewerken] Macro's bij het afhandelen van een registratie

De volgende macro’s worden alleen uitgevoerd, wanneer de huidige waarde van het veld nog leeg is. Bestaande data wordt dus niet overschreven!

Knop Omschrijving
DATE(PROCESSED) Vult na het afhandelen van de registratie de afhandeldatum in
DESTROY(DATE1,TEXT2) Vult na het afhandelen van de registratie de vernietigingsdatum in. De vernietigingsdatum wordt berekend door het aantal jaar, dat in het ‘TEXT2’ veld ingevuld is, op te tellen bij het DATE1 veld. De vernietigingsdatum is dan de eerstvolgende 1 januari hierna. Wordt bij het TEXT2 veld de tekst ‘permanent’ ingevuld, wordt de vernietigingsdatum ook ‘permanent’. De vernietigingsdatum kan alleen in een tekstveld worden gebruikt.

Let op: De Macro YEAR(<macro>) om een bestaande datummacro heen bv. YEAR(DATE(PROCESSED)) vult alleen het jaar in.

[bewerken] Algemene Macro's

Macro Omschrijving
SETINVISIBLE() Wordt uitgevoerd bij het opslaan. Gebruiken in een BOL veld, maakt de registratie onzichtbaar voor andere gebruikers ongeacht hun rechten.
ANSWERTEMPLATE() Wordt uitgevoerd bij selectie. Vult in de antwoordwizard het juiste sjabloon in, het veld waarin deze macro gebruikt wordt moet dezelfde waarde bevatten als de naam van de sjabloon.

Bijvoorbeeld: Soort document=ontvangstbevestiging; als er een sjabloon bestaat met dezelfde ‘nicename’ dan wordt deze alvast ingevuld in de wizard.

 %ACTHANDLER_VELDNAAM% Wordt uitgevoerd bij selectie. Deze macro vult op het activiteiten of workflow tabblad gewenste gegevens van de gekozen behandelaar in.
 %PREVIOUSVALUE% Bij het maken van een nieuw record wordt de waarde gevuld met de laats gebruikte waarde door dezelfde waarden door dezelfde gebruiker in hetzelfde boek.
LASTCHANGEDATE() Wordt uitgevoerd bij aanmaak registratie, en daarna bij opslaan. Vult de datum en tijd van de laatste wijziging van het record in, kan in datum en tekstveld.
LASTCHANGEDBY() Wordt uitgevoerd bij aanmaak registratie, en daarna bij opslaan. Vult de naam van de gebruiker in die de laatste wijziging aanbracht in het record.
SIGNATURE() Getekend door: bij elektronische handtekening.
SIGNDT() Getekend op datum: bij elektronische handtekening.
EXPDT() Vervaldatum certificaat: bij elektronische handtekening.

[bewerken] Berekende veldwaarden

U kunt in de standaardwaarde van een veld in een itemprofiel een berekening gebruiken door een formule in te voeren die begint met het =-teken. Vink ook de macro-optie aan als u berekeningen gebruikt. U kunt rekenen met getallen en datumwaarden en kunt voor in- en uitvoer alle types velden (numeriek, tekst-, datum- of BOL-velden) gebruiken. Uitkomsten worden echter alleen als datum weergegeven als u de macro op een datumveld toepast.

Deze macro’s worden uitgevoerd tijdens het opslaan van de registratie.

Invoergegevens

U kunt rekenen met andere velden in dezelfde registratie, bijvoorbeeld:

=NUM1+NUM2

is een geldige expressie die de som van de velden NUM1 en NUM2 aan het doelveld toekent. Ook is het mogelijk om velden van gekoppelde registraties in een veld te totaliseren, bijvoorbeeld:

=DSum("DOCUMENT". "NUM1", "")

geeft de som van het veld NUM1 in alle gekoppelde documentregistraties als resultaat.

[bewerken] Opzoekfuncties

Binnen Decos Document kunt u een aantal opzoekfuncties gebruiken, te weten:

Macro Omschrijving
DSum Som van de waarden van het aangegeven veld in gekoppelde registraties van het aangegeven type.
DAvg Gemiddelde van de waarden van het aangegeven veld in gekoppelde registraties van het aangegeven type.
DMin Minimum van de waarden van het aangegeven veld in gekoppelde registraties van het aangegeven type.
DMax Maximum van de waarden van het aangegeven veld in gekoppelde registraties van het aangegeven type.
DCount Het aantal gevulde waarden voor het aangegeven veld in gekoppelde registraties van het aangegeven type. Geef een veld dat gegarandeerd niet leeg is als tweede parameter op (bijvoorbeeld "ITEM_KEY") om alle gekoppelde registraties van het aangegeven type te tellen.
Dlookup Geeft de veldwaarde aan gerefereerde veld.

Alle opzoekfuncties hebben drie parameters, die altijd met dubbele aanhalingstekens " " omsloten moeten zijn:

Het type gekoppelde registratie: "DOCUMENT", "ADDRESS", "FOLDER" (dossier), "CONTACT" (contactpersoon). Het veld in de gekoppelde registraties waarop de bewerking moet worden uitgevoerd. Een SQL-conditie waarop de gekoppelde registraties gefilterd moeten worden. Geef alleen twee dubbele aanhalingstekens ("") als 3e parameter om alle gekoppelde registraties van het aangegeven type in de berekening te gebruiken.

Voorbeeld

=DAvg("CONTACT", "DATE1", "SURNAME='Jansen'")

Dit geeft de gemiddelde waarde van het DATE1 veld voor gekoppelde contactpersonen met de achternaam Jansen. Let op het gebruik van aanhalingstekens: de drie parameters van DAvg zijn allen door dubbele aanhalingstekens omsloten, maar in de SQL-conditie (3e parameter) worden enkele aanhalingstekens gebruikt om de tekstwaarde te omsluiten.

Voorbeeld 2

Voor een DLookup macro kan de notering per database verschillend zijn. Hieronder vindt u voorbeelden van een lookup macro die een locatieadres in een dossierboek ophaalt.

SQL Server:

=Dlookup("ADDRESS","MAILADDRESS+', '+ZIPCODE+' '+CITY)", "IT_PARENT_KEY='DD812024E1A81E4FBC02485B0EB5EDB1'")

Oracle:

=Dlookup("ADDRESS","MAILADDRESS || ', ' || ZIPCODE || ' ' || CITY)", "IT_PARENT_KEY='DD812024E1A81E4FBC02485B0EB5EDB1'")

MySQL:

=Dlookup("ADDRESS","CONCAT(MAILADDRESS,', ',ZIPCODE,' ',CITY)", "IT_PARENT_KEY='DD812024E1A81E4FBC02485B0EB5EDB1'")

[bewerken] Datum en tijd functies

Berekende veldwaarden in Decos Document ondersteunt de volgende datumfuncties:

Macro Omschrijving
Date() De huidige datum als aantal dagen sinds 1-1-1900
Time() De huidige tijd als een fractioneel getal tussen 0 en 1
Now() De huidige datum en tijd in één getal
Year(d) Het jaartal van de datumwaarde
Month(d) Geeft de maand van de datum weer als getal tussen 1 en 12
Day(d) Geeft de dag van de datum weer als getal tussen 1 en 31
Hour(t) Geeft het uur van de tijdswaarde weer als getal tussen 1 en 23
Minute(t) Geeft het uur van de tijdswaarde weer als getal tussen 1 en 59
Second(t) Geeft het uur van de tijdswaarde weer als getal tussen 1 en 59
DateSerial(y,m,d) Stel een datumwaarde samen uit drie getallen, bijvoorbeeld =DateSerial(2010,2,28)

codeert de datum 28 februari 2010.

TimeSerial(h,m,s) Stel een tijdswaarde samen uit drie getallen

Bij de functies DateSerial() en TimeSerial() kunt u ook variabelen gebruiken, bijvoorbeeld:

= DateSerial(Year(DATE1),Month(DATE1)+1,DAY(DATE1))

geeft een datum die precies één maand na de datum in het veld DATE1 is. U zou ook een getal bij Year(DATE1) kunnen optellen om een offset van een aantal jaren te krijgen, of een getal bij Day(DATE1) om een offset van een aantal dagen te krijgen. De gebruiker kan dus een getal in het NUM-veld invullen, waarna Decos een nieuwe

[bewerken] IF-functie

IF(<conditie>,<formule 1>,<formule 2>)

Het resultaat van de IF-functie is gelijk aan <formule 1> als de conditie “waar” is, of <formule 2> als de conditie “onwaar” is. Bij conditie kan ook direct een getal of datum ingevuld worden zonder een vergelijking te gebruiken. Als die waarde 0 of leeg is wordt dat als “onwaar” beschouwd en wordt dus <formule 2> uitgevoerd, voor alle andere waarden wordt <formule 1> uitgevoerd.

Toepassing

De IF functie wordt het meest gebruikt om te zorgen dat een veld dat het resultaat van een formule moet weergeven leeg blijft totdat de invoervelden gevuld zijn. We kunnen hem bijvoorbeeld toepassen op een datumformule: =DateSerial(Year(DATE1),Month(DATE1)+3,Day(DATE1))

Als DATE1 niet ingevuld is geeft deze formule het resultaat 30 maart 1899. Mooier is echter dat het resultaat leeg is zolang DATE1 niet ingevuld is. We kunnen dit bereiken met de IF-functie waarin we DATE1 als conditie te gebruiken en voor het geval dat dit veld leeg is de waarde 0 (lege datum) terug te geven:

=IF(DATE1, Zet de “conditie” voor de oorspronkelijke formule

DateSerial(Year(DATE1),Month(DATE1)+3,Day(DATE1)), De oorspronkelijke formule wordt uitgevoerd als de conditie “waar” is, dus als DATE1 niet leeg is.

0) 0 is wat het resultaat moet zijn als de conditie “onwaar” is, dus als DATE1 leeg is.

De volledige formule wordt:

= IF(DATE1, DateSerial(Year(DATE1),Month(DATE1)+3,Day(DATE1)), 0)

Een gemakkelijke manier om dit in te voeren is:

  • Maak eerst de formule zonder voorwaarde voor lege invoer en test of hij goed werkt als er wel een waarde ingevoerd is. In ons geval is dat de DateSerial-formule
  • Kopieer de formule uit Decos Admin in Notepad
  • Type tussen het =-teken en de formule de tekst IF(TESTVELD,

(testveld is het veld dat niet leeg mag zijn voor een zinnig resultaat, in het voorbeeld DATE1)

  • Type achter de formule de tekst ,0)
  • Plak de tekst uit Notepad terug in Decos Admin en test opnieuw.

Als testveld mogen ook BOL-velden (“waar” als aangevinkt) en NUM-velden (“waar” als ongelijk aan 0) gebruikt worden.

Vergelijkingen

Er kan ook een vergelijking gebruikt worden in plaats van direct op de waarde van een veld te testen:

=IF(NUM1 >= 18, “meerderjarig”, “minderjarig”)

Deze formule toegepast op een tekstveld geeft de tekst “meerderjarig” weer als NUM1 groter dan of gelijk aan 18 is, of “minderjarig” als de waarde kleiner is.

If-functies in schrijfbare velden

Normaal worden de besproken functies in “alleen lezen” velden gebruikt, omdat het resultaat van het veld immers altijd een berekende waarde is. Het is echter ook mogelijk om formules in een schrijfbaar veld te gebruiken, door een truc met de IF-functie:

=IF(<dit veld>,<dit veld>,<berekende waarde>) Als het veld nog niet ingevuld is, wordt eenmalig de berekende waarde ingevuld. Als de invoerder van de berekening wil afwijken, kan dat ook. Als de veldwaarde niet leeg is, is het resultaat van deze formule gelijk aan de huidige veldwaarde en die blijft dus behouden.

Voorbeeld We geven deze formule op voor het schrijfbare veld DOCUMENT_DATE: =IF(DOCUMENT_DATE,DOCUMENT_DATE,DATE()+1)

Het resultaat is dat standaard de datum van morgen wordt ingevuld, maar de operator kan ook besluiten om een heel andere datum in te vullen. Als er eenmaal een datum bepaald is blijft deze behouden bij herberekening van de formule.

[bewerken] Tekstfuncties

Macro Omschrijving
Format(<waarde>,"formaat") Format geeft als resultaat een geformatteerde tekst die afgeleid is van de waarde. Zie ook de uitleg voor formattering in Decos Admin. Voorbeeld:

="IN/05-"+Format(IT_SEQUENCE,"0000") Deze formule toegepast op een tekstveld geeft bijvoorbeeld de tekst “IN/05-0003” als het volgnummer 3 is. Het formaat “0000” geeft hierbij aan dat het getal op 4 posities uitgelijnd moet worden met voorloopnullen.

Replace(<tekstwaarde>, <tekstgedeelte>, <vervang door>) Replace geeft als resultaat een tekst terug waarin het aangegeven tekstgedeelte overal vervangen is door de tekst in <vervang door>. Replace wordt het meest gebruikt om spaties uit een tekst te verwijderen. Er zijn bijvoorbeeld veel websites waar op postcode gezocht kan worden, maar die postcode mag geen spatie bevatten. Deze formule kan gebruikt worden in het URL-veld:

="http://www.postcode.nl/index.php?address=" + Replace(ZIPCODE, " ", "") Als het ZIPCODE-veld bijvoorbeeld de waarde “2201 XA” bevat, komt er in het URL-veld de tekst “http://www.postcode.nl/index.php?address=2201XA” te staan, zonder spatie tussen 2201 en XA.

@display: De display: tekstopmaak kan gebruikt worden om in het URL-veld in plaats van een onoverzichtelijk lang webadres een korte tekst voor weergave van de link te tonen. Als bijvoorbeeld

@display:Zoek postcode

achter de voorbeeldformule uit de vorige paragraaf toegevoegd wordt, ziet men in Decos web Zoek postcode in plaats van het volledige webadres.

Like(<tekstwaarde>, <vergelijk met>) De Like-functie geeft 1 terug als het tekstpatroon in <vergelijk met> voorkomt in de tekstwaarde, of 0 als dat niet het geval is. <vergelijk met> moet voorafgegaan of gevolgd worden door % om aan te geven welk deel van de tekst moet overeenkomen. Voorbeeld

TEXT1 bevat de waarde “Decos Software Engineering”. In dat geval geven deze drie formules alle drie het getal 1 terug: =Like(TEXT1, "Decos%") =Like(TEXT1, "%eering") =Like(TEXT1, "%Software%")

NotLike(<tekstwaarde>, <vergelijk met>) NotLike geeft het omgekeerde resultaat van Like.
Huisnummer(<adresveld>) De huisnummerfunctie geeft het numerieke deel van een Nederlands adres terug als getal. Dit kan toegepast worden om samenstellingen van postcode en huisnummer te maken: Replace(ZIPCODE, " ", "") + Huisnummer(MAILADDRESS)

Dit geeft bijvoorbeeld het resultaat “1119PE30” als het adres “Boeing Avenue 30” en de postcode “1119 PE” is.

[bewerken] Overige functies

De volgende overige functies worden door de berekende velden ondersteund:

Functie Beschrijving Opmerking
+ Optelling
- aftrekking
* vermenigvuldiging
/ deling 35/4 = 8.75
 % quotiënt van de deling 35%4 = 3(hetzelfde als mod)
\ integere deling 35\4 = 8
^ machtsverheffing 3^1.8 = 7.22467405584208
| absolute waarde -5|=5 (hetzelfde als abs)
 ! faculteit 5!=120(hetzelfde als fact)
abs(x) absolute waarde abs(-5)=5
atn(x) inverse tangens
cos(x) cosinus paramter in radialen
sin(x) sinus parameter in radialen
exp(x) natuurlijke exponent exp(1) = 2.71828182845905
fix(x) integer deel afgerond naar kleinste absolute waarde: fix(-3.8) = 3
int(x) integer deel afgerond naar kleinste waarde: int(-3.8) = 4
dec(x) decimaal deel dec(-3.8) = -0.8
ln(x) natuurlijke logaritme parameter x>0
log(x) logaritme met grondtal 10 paramter x>0
rnd(x) random geeft een willekeurig getaltussen 0 en x
sgn(x) teken geeft 1 als x>0; 0 als x=0 -1 als x<0
sqr(x) vierkantswortel sqr(2) =1.4142135623731; also 2^(1/2)
cbr(x) derdemachtswortel cbr(2) = 1.259921049899487; also 2^(1/3)
tan(x) tangens parameter (in radialen) x¹ k*p/2 met k = ± 1, ± 2…
acos(x) inverse cosinus parameter -1 £ x £ 1
asin(x) inverse sinus parameter -1 £ x £ 1
cosh(x) hyperbolische sinus
sinh(x) hyperbolische sinus
tanh(x) hyperbolische tangens
acosh(x) inverse hyperbolische cosinus parameter x ³ 1
asinh(x) inverse hyperbolische sinus
atanh(x) inverse hyperbolische tangens parameter -1 < x < 1
root(x,n) n-de machts wortel parameter x ³ 0 (hetzelfde als x^(1/n)
mod(a;b) quotiënt van de deling
fact(n) faculteit parameter 0 £ n £ 170
comb(n;k) combinaties comb(6;3) = 20
min(a;b) minimum van 2 getallen
max(a;b) maximum van 2 getallen
mcd(a;b) grootste gemene deler mcm(4346;174) = 2
mcm(a;b) kleinste gemene multiplicator mcm(4346;174) = 378102
gcd(a;b) grootste gemene deler Hetzelfde als mcd
lcm(a;b) kleinste gemene multiplicator Hetzelfde als mcm
erf(x) error Gauss functie parameter x³0
gamma(x) gamma parameter 0 < x £ 171
gammaln(x) logaritme gamma parameter x>0
digamma(x) digamma parameter x>0
beta(x;y) bèta parameter x>0y>0
zeta(x) zeta Riemman's functie parameter x<-1 or x>1
ei(x) exponentiële integraal functie parameter x>0
csc(x) cosecant parameter (in radialen) x¹ k*p with k = 0, ± 1, ± 2…
sec(x) secant parameter (in radialen) x¹ k*p/2 with k = ± 1, ± 2…
cot(x) cotangent parameter (in radialen) x¹ k*p with k = 0, ± 1, ± 2…
acsc(x) inverse cosecant
asec(x) inverse secant
acot(x) inverse cotangent
csch(x) hyperbolic cosecant parameter x>0
sech(x) hyperbolic secant parameter x>1
coth(x) hyperbolic contangent parameter x>2
acsch(x) inverse hyperbloic cosecant
asech inverse hyperbolic secant parameter 0 £ x £ 1
acoth(x) inverse hyperbolic cotangent parameter x<-1 or x>1
rad(x) conversie naar radialen rad(90) = 1.5707963267949
deg(x) conversie naar graden deg(pi/4) = 45
round(x;d) rond af op d decimalen round(1.35712;2) = 1.36
> groter dan resultaat 1 (true) of 0 (false)
>= groter of gelijk aan reultaat 1 (true) of 0 (false)
< kleiner dan resultaat 1 (true) of 0 (false)
<= kleiner of gelijk aan resultaat 1 (true) of 0 (false)
= gelijk aan resultaat 1 (true) of 0 (false)
<> Niet gelijk aan resultaat 1 (true) of 0 (false)
and logische and and(a;b resultaat 1 (true) of 0 (false)
or logische or or (a;b)resultaat 1 (true) of 0 (false)
not logsiche not not (a) = resultaat 0(false) als a ¹ 0 ; anders 1
xor logische exclusive-or xor(a;b) = resultaat 1 (true) alleen als a=b
nand logsiche nand nand(a;b) = resultaat 1 (true) als a=1 of b=1
nor logsiche nor nor(a;b) = resultaat 1 (true) alleen als a=0 en b=0
nxor logische exclusive-nor nxor(a;b) = resultaat 1(true) alleen als a=b

[bewerken] Velden geformatteerd weergeven

U kunt op twee plaatsen in Decos Admin opmaakcodes gebruiken om te bepalen hoe een veldinhoud in de applicatie wordt weergegeven:

  • Kolom “Opmaak” bij query-definitie in een overzicht
  • Standaardwaarde in een velddefinitie van een itemprofiel

Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om aan te geven dat getallen die geldbedragen voorstellen altijd met twee cijfers achter de komma moeten worden weergegeven, maar ook om tekst- of datumvelden op te maken.

De code is als volgt opgebouwd:

  • @: dit teken wordt gebruikt om het begin van de opmaakcode aan te geven in een velddefinitie. Gebruik dit teken altijd aan het begin van de opmaakcode in een velddefinitie, maar niet in de kolom “Opmaak” in een overzicht.
  • R: een ‘R’ aan het begin van een opmaakcode (direct na de @ in een velddefinitie) geeft aan dat de uitvoer rechts uitgelijnd moet worden weergegeven. Dit is gebruikelijk voor getallen.
  • Opmaakcode: een standaard Windows “format”-code zoals ook in Excel wordt gebruikt.

[bewerken] Opmaakcodes voor getallen

Voor getallen zijn de volgende opmaakcodes beschikbaar:

Opmaakcode Omschrijving
# Dit teken staat voor significante cijfers. Niet significante tekens (voorloopnullen) worden niet weergegeven op de plaats van een #.
0 Niet-significante nullen (voorloopnullen of nullen achter de komma) worden ook weergegeven op de plaats waar in de opmaakcode een 0 staat.
. De punt geeft de plaats van het decimale scheidingsteken in de opmaakcode weer. U moet in de opmaakcode altijd een punt gebruiken. In de uitvoer gebruikt Decos een punt of een komma, afhankelijk van de ingestelde taal.

Valutacodes

De opmaakcode voor een getal mag beginnen met een serie willekeurige tekens die als een valutacode voor het getal worden weergegeven. Meest gebruikt is het euroteken (€), maar u mag ook een ander valutateken of een lettercode zoals EUR gebruiken.

Scheidingsteken voor duizendtallen

U kunt in Decos niet de punt gebruiken om duizendtallen te scheiden. De reden is dat de software toestaat om zowel de punt als de komma als decimaal scheidingsteken voor invoer te gebruiken. Wij raden aan om desgewenst de spatie als scheidingsteken voor duizendtallen te gebruiken, zie de onderstaande voorbeelden:

Scheidingsteken Omschrijving
0@R€# ### ##0.00 In een velddefinitie in een itemprofiel: geef het veld de standaardwaarde 0, lijn de uitvoer rechts uit en pas het formaat “€# ### ##0,00” toe. Het getal 1234567,8 wordt in dit formaat weergegeven als: € 1 234 567,80
R€# ### ##0.00 Het zelfde formaat als boven, toegepast in de kolom “Opmaak” in de query-definitie van een overzicht.

[bewerken] Opmaakcodes voor datumvelden

Voor datumvelden zijn de volgende opmaakcodes beschikbaar:

Dagen, maanden en jaren

Opmaakcode Omschrijving
M Maanden als 1-12
MM Maanden als 01-12
MMM Maanden als jan-dec
MMMM Maanden als januari-december
d Dagen als 1-31
dd Dagen als 01-31
ddd Dagen als zon-zat
dddd Dagen als zondag-zaterdag
yy Jaren als 00-99
yyyy Jaren als 1900-9999

Let op: Als u 'm' direct na de code 'u' of 'uu' gebruikt of direct voor de code 'ss' of 's', worden de minuten weergegeven in plaats van de maand.

Uren, minuten en seconden

Opmaakcode Omschrijving
u Uren als 0-23
uu Uren als 00-23
m Minuten als 0-59
mm Minuten als 00-59
s Seconden als 0-59
ss Seconden als 00-59
u AM/PM Uren als 4 AM
u:mm AM/PM Uren als 4:36PM u:mm
u:mm:ss A/P Tijd als 4:36:03P
[u]:mm Verstreken tijd in uren, bijvoorbeeld 25:02
[mm]:ss Verstreken tijd in minuten
[ss] Verstreken tijd in seconden
u:mm:ss.00 Fracties van een seconde

AM en PM Als de notatie de indicatie AM of PM bevat, is het uur gebaseerd op de 12-uursklok. 'AM' of 'A' duidt op de tijd vanaf middernacht tot het middaguur en 'PM' of 'P' duidt op de tijd vanaf het middaguur tot middernacht. Geeft u deze indicatie niet op, dan is de tijdsaanduiding op de 24-uursklok gebaseerd. De code 'm' of 'mm' moet direct achter de code 'u' of 'uu' of direct voor de code 'ss' staan, anders wordt de maand in plaats van de minuten weergegeven.

[bewerken] Opmaakcodes voor tekst

Opmaakcode Omschrijving
> Gebruik dit teken om de tekst altijd in hoofdletters weer te geven
< Gebruik dit teken om de tekst altijd in kleine letters weer te geven

Let op: Bij een tekstveld in een itemprofiel moet u altijd de optie “Macro” aanvinken als u een opmaakcode gebruikt. Bij een numeriek of datumveld is dit niet nodig als u geen macro’s in combinatie met de opmaakcode gebruikt.

[bewerken] Database-connection

Decos D5 kan gebruik maken van verschillende soorten databases. De applicatie ondersteunt de volgende databases: Oracle Microsoft SQL Server MySQL

Om Decos D5 te laten communiceren met een database zult u een connection-string voor de database moeten instellen. Deze connection-string moet zowel in het global.asa bestand van Decos D5 als in DecosAdmin.ini van Decos Admin worden ingesteld en dient alleen te worden gewijzigd door ervaren beheerders!

[bewerken] GLOBALNUM() hernummertool

Om ook bestaande stukken van globaal unieke nummers te voorzien na het toevoegen van een GLOBALNUM() macro, kunt u gebruik maken van de GlobalNumberingTool. U kunt deze tool hier downloaden: http://support.decos.nl/GlobalNumberingTool.zip Start de tool op een machine waarop Decos Admin beschikbaar is of op de Decos webserver. Als het programma in een geldige Decos omgeving gestart is, toont het allereerst de melding "Successfully connected to database". Klik vervolgens op OK om het hernummerproces te beginnen. Als het proces voltooid is, wordt de boodschap "Action complete" getoond. Na uitvoeren van de tool zijn de stukken die een profiel gebruiken waarin een GLOBALNUM-macro voorkomt die nog geen nummer hadden voorzien van een uniek volgnummer. Stukken die al een nummer hadden in dit veld worden niet meegenomen en kunnen mogelijk nog steeds een niet-uniek nummer hebben. Als u zeker wilt zijn dat alle stukken die aan het profiel voldoen een uniek nummer krijgen is het aan te bevelen om het nummeringsveld eerst in alle stukken leeg te maken door een bulkwijziging. Het programma bewaart een logbestand genaamd GlobalNumbering- yyyymmdd.log (met yyyymmdd de datum) in de map waarin het opgestart wordt. In deze map vindt u na afloop ook een bestand genaamd GlobalNumbering- yyyymmdd-undo.sql. Dit sqlscript kan eventueel door uw databasebeheerder gebruikt worden om de acties van de tool ongedaan te maken.

Zie ook: Macro's bij het aanmaken van een registratie

Persoonlijke instellingen